Larense Klederdracht

De klederdracht van Laren en Blaricum

Door Th. Molkenboer*

Het Gooi vormt, zoowel geographisch als volks-kundig een zeer bijzonder deel van de provincie Noord-Holland. Wat de kleederdrachten betreft, sluit het zich niet direct bij Holland, maar meer bij Gelderland en Utrecht aan, terwijl op de grens-scheiding tusschen deze verschillende streken, het meer dan bijzondere visschersdorp Spakenburg een oase op zichzelf is, die tot geen van deze gewesten te rekenen is.

Het eigenlijke Gooi echter, bestaat, voor zoover de kleederdrachten betreft, uit de drie dorpen, Laren, Blaricum en Huizen. Hilversum, dat geographisch wél tot het Gooi behoort, telt in dezen echter niet mee, omdat men er geen resten van een nationale dracht vindt. Des te belangrijker zijn de drie eerstgenoemde dorpen.

LAREN.

Weinig plekjes van ons land zijn in de inter- nationale artisten-wereld zoozeer bekend, als Laren. Maar of die vermaardheid, zelfs ook maar voor een deel, te danken is aan de opmerkelijke kleederdracht en het eigene van de oorspronkelijke bevolking van dit dorp, zou te bezien staan.

klik voor vergroting

Zeker is het, dat Antoon Mauve, toen hij om gezondheidsredenen dit oord van gezonde lucht noodgedwongen "ontdekte", daar niet kwam om de eigenheid van de bevolking, maar het meest door de schoonheid van het landschap werd aangetrokken. Zijn nakomelingen en navolgers zijn - meest allen - even blind voor die volkseigenheid gebleven als hun grooten meester. Vandaar dat ook in Laren zich het bijzondere verschijnsel voordeed dat, te midden van een kunstenaarskolonie, een bevolking leefde waarvan het uiterlijk iedere "begrijpende" kunstenaar zou hebben geïnspireerd. Voor de Laarder artisten bleven de Laarder inboorlingen echter niets dan "plekkenkleur". Het menschelijke en de diepere beteekenis, de psychologiesche redenen voor de bijzondere uiterlijke verschijning van die landelijke bevolking, is blijkbaar aan deze moderne arfisten voorbijgegaan.

En toch, hoe merkwaardig is niet die Laardter inheemsche kleedij, hoe merkwaardig is niet het ras dat ze draagt, hoe opmerkelijk zijn niet de typen, en is niet heel dit volk dat zoozeer zijn eigenheid bleef bewaren, ondanks de steeds sterker wordende overstrooming van moderne-villabouw, "Sommerfrischler" en "inter-nationalistisch kunst-snobbisme" met al zijn verderfelijken en onnatuurlijken aankleve.

Dat Laarder volk heeft een zeer bijzonder Hollandsch type. Het paart de gemoedelijkheid en kracht van het Hollandsche element aan het fiere, en bijna aristocratische van het Friesche ras. Dat blijkt vooral uit de burgerlijke voornaamheid van de oudere vrouwen, met hun zielvolle gezichten, hun hooge gestalte. en de prachtige maar eenvoudige deftigheid van den vorm en de kleur van hun eigenaardige dracht, de gouden kettingen, de geplooide doeken, en het geheel bekroond door de vierkante muts, die het eigenaardig ras-type nog te meer accentueert.

En dat bijzondere cachet wordt nog des te meer geconserveerd, omdat slechts de Roomsche bevolking dit costume draagt. Er is dus wisselwerking tusschen 'levensopvatting-uit-geloof en volksdracht, zooals dat trouwens bij alle nationale drachten in Nederland en elders duidelijk op te merken is.

klik voor vergroting

De kleedij van een Laarder vrouw bestaat uit: Een hemd met heel lange mouwen, daarover borstrok van keper, daarover romp of corset van blauw-keper, van voren dicht, zonder eenige verdikking (met kussentjes) aan de heupen. Daarover komt de gewone krop~lap (kralap). Over de (open) broek met bandjes (onder de knie) komt de blauw baaienrok, daarover de zwarte (katoen) moiré~rok, daarover de zwarte bovenrok en het (lange) jak van dezelfde stof, beide soms van zijde, satijn of thibet, in effen zwart, blauw of bruin.

De rokken zijn alle van voren plat, op zij twee platte plooien, van achter met rimpels. (kleine plooitjes.) Dan komt de boezelaar, die heelemaal rond het lichaam gaat, van achter tegen elkaar sluit. Ze is meestal van zijde, aan de kanten geboord met satijnlint.

's Winters en 's zomers is het costume hetzelfde. Het jak is aan den hals uitgesneden, zoodat de kroplap te zien komt, en de mouwen zijn wijd, met hooge poffen aan de schouders. Daarover gaat de overdoek, van zwarte of blauwe zijde, met bonte kleuren met franje, netjes geplooid, van voren en van achter vastgespeld in de taille. Om den hals komt een ketting van vier rijen bloedkoraal, het gouden vierkante slot in den nek, van achter.

En dan de muts, bestaande uit zwarte ondermuts Over het haar. dat niet afgeknipt is, maar plat is weggekamd. Daarover het oorijzer van zilver of goud, in hoofdvorm gelijk aan den oorijzer-vorm van Staphorst tot Nunspeet, en zóó gedragen dat de "speld" onder aan de wang komt, zijdelings van den mond, zooals op Urk. en op Staphorst. Daarover de vierkante muts, een vergroot soort Hollandsche hulle, waarvan echter de punten niet afhangen, maar weer naast het hoofd, naar boven, zijn opgespeld, waardoor het geheel een vierkanten vorm krijgt, het geheele hoofd als in een cubusvorm van kant vervat schijnt,. een zeer mooie en eigenaardige vormgeving.

's Winters wordt over dit costume een schoudermantel gedragen, (schoe-mante) van zwart thibet, met blauw baai gevoerd, en een naar achteruitstaande, stijve kraag, met haak en oog onder de kin, soms met linten vastgestrikt. De vorm doet aan de schoormantels van de Scheveningsche vrouwen denken. Dat is het typische, echte, Laarder vrouwen-costume, dat in zijn eenvoudige vormen en meestal op zwart, donker-blauw of paarsch en bruin gekleurde hoofd-tinten slechts verlevendigd wordt door de gouden (kruize) ketting, de bloedkoralen om den hals en de eigenaardige vierkante muts.

Maar dat alles verkrijgt eerst zijn ware eigendommelijkheid, door het bijzondere menschen-ras, dat deze dracht getrouw blijft, een ras dat niet uitmunt door lichamelijke schoonheid, zooals het Zeeuwsche, Urker of Friesche, maar dat vooral den indruk van burgerlijke deugdelijkheid geeft.

Er wordt in Laren nog een ander soort muts gedragen, de meer nieuwerwetsche, de zoogenaamde ronde muts, die niet anders is dan de Hollandsche hul, waarvan de punten een weinig meer naar boven-voren steken, en de kromming boven het voorhoofd wat ronder is dan bij de Hollandsche hul. Overigens is ze van hetzelfde type. Bij de ronde muts wordt het gewone verboerschte stads-costume gedragen.

De mannen-dracht van Laren heeft niets opmerkelijks.

Dit artikel is overgenomen uit: Th. Molkenboer: 'De Nederlandsche Nationale Klederdrachten, Amsterdam 1917. Het boekje behandelt de dan nog gedragen Nederlandse klederdrachten.

meer info: http://www.kleppermanvanelleven.nl/klederdracht1.html